500 verhalen voor Center Parcs

Ontdek de prachtige natuur van de parken
Pavlov maakte 500 verhalen voor Center Parcs: nature content

500 verhalen voor Center Parcs

Mensen voelen zich beter als ze samen zijn. Vooral in de natuur. Dat is wat Piet Derksen 55 jaar geleden inspireerde toen hij Center Parcs oprichtte. En dat is nog steeds wat Center Parcs inspireert: mensen bij elkaar brengen, midden in de natuur. Pavlov bezocht alle parken, sprak met biologen en ‘park rangers’ en realiseerde in opdracht van Center Parcs 500 korte en langere verhalen rondom de flora en fauna bij Center Parcs in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Prachtige unieke content die Center Parcs overal kan inzetten via al hun kanalen. Wat is een Nonnetjeseend? Hoe komen die prachtige ficus bomen in de Aqua Mundo’s? Weet een rups wel dat ie vlinder wordt? Heb je ooit gefietst door de ‘paarse zee’ bij de Kempervennen? Kunnen dieren dromen? Ons advies: ga vooral naar Center Parcs en laat je verrassen door alle prachtige natuur en hoe goed Center Parcs die weet te koesteren, want dat gebeurt! Neem bijvoorbeeld dit mooie verhaal, over de transformatie van een mijnbouwgebied naar een natuurgebied Tot diep in de jaren 80 was er op de plek van het luxueuze Terhills Resort een groot mijngebied. Onder het park lopen nog altijd op drie niveaus (600, 900 en 1200 meter) allerlei mijngangen. Ze waren onderdeel van de oude Mijn van Eisden, waarin de piekjaren (1957) zo’n 7.000 mensen werkten. In 1987 sloot de mijn. Op dat moment was er in totaal 70 miljoen ton kolen gewonnen. Daarna is het aan Center Parcs bioloog Jean Henkens te danken dat de regio is omgetoverd tot het rijke natuurgebied dat het vandaag de dag is. De bioloog en landschapsarchitect van Center Parcs zag als één van de weinigen kansen in herontwikkeling van het gebied en bedacht daarvoor onder meer een speciale techniek: hydroseeding.

Hoe werkt dat precies? Jean bedacht om een mengsel te maken van zaden, een heel fijn gemalen stro en aardappelzetmeel. Daardoor ontstond een wat kleverige substantie die vanuit een helikopter over de bergen is gespoten. Dankzij de stro en het aardappelzetmeel konden de zaden zich vasthouden aan het steen en gaan kiemen. Dat mengsel was cruciaal, want anders zouden de zaden bij de eerste regenbui direct van de heuvels spoelen en geen kans krijgen om te wortelen. Die helikoptervluchten zijn één keer, in 1991, uitgevoerd en hebben geleid tot de groene heuvels die je vandaag de dag ziet. Het idee van Jean ontstond, nadat Center Parcs had bedacht een nieuw park in Belgisch Limburg te bouwen. Het oog was gevallen op het oude mijngebied in Maasmechelen. Oprichter Piet Derksen zag er geen heil in, want de bergen waren pikzwart. Aan het meer stond nog een grindinstallatie. Kortom, het was een heel industrieel terrein. Maar Jean zag er potentie in, overtuigde Derksen om 330 hectare te kopen en besprak met de gemeente het plan van de ‘hydroseeding’. Dat werd zo succesvol, dat er een heel mooi natuurgebied ontstond. De bouw van een nieuw vakantiepark heeft, om meerdere redenen, lang vertraging opgelopen en het gebied is door Center Parcs verkocht aan de LRM, de investeringsmaatschappij die na sluiting van de mijnen economische activiteiten moest stimuleren. Uiteindelijk is in 2021 het Terhills Resort geopend, op 70 hectare in een voormalig bosgebied dat gebruikt werd voor de productie van hout voor de mijnen. Het merendeel van het terrein dat in eerste instantie van Center Parcs was en door de ‘hydroseeding’ zo groen is geworden, is onderdeel geworden van het Nationale Park Hoge Kempen, dat in 2006 het eerste nationale park van België werd.

Nog altijd is de grond op het vakantiepark relatief slecht. Dat komt vooral doordat er een monotoon bos was met alleen maar dennen (voor de houtproductie). Daardoor is de bodem uitgeput. Bij de aanleg van de cottages hebben we daarom goed gekeken naar de waardevolle oude eiken, zodat die in elk geval bewaard bleven. Dat de grond arm is, kun je onder meer zien aan de brem en gaspeldoorn die veel groeit op het park. Deze struiken zijn pionierssoorten: ze hebben heel weinig nodig om te groeien. Uiteindelijk zullen ze verdwijnen, omdat ze ‘weggedrukt’ worden door andere, dominantere planten, bomen en struiken. Ook gaan door de arme grond nu nog veel bomen snel dood, waardoor we veel nieuwe moeten aanplanten. De arme grond verrijken we nu met organisch materiaal, zodat de bodem wordt ‘geheractiveerd’. Ook helpt het nieuwe landschap die is ontworpen bij het bevorderen van de biodiversiteit. De rivier die we hebben uitgegraven zorgt voor plaatsen waar reptielen zich thuis voelen. Er zijn natte en droge plekken ontstaan met wilgen en elzen. En de nieuwe begroeiing van sleedoorns en bramenstruiken trekken allerlei vogels aan. Zo is de natuur weer als een Feniks tot leven gekomen!